Deprecated: mysql_connect(): The mysql extension is deprecated and will be removed in the future: use mysqli or PDO instead in /www/_includes/db.inc.php on line 54 VPB -

Deel 4: Componenten en toepassingen


4. Componenten
Een rioolstelsel bestaat uit een groot aantal componenten.

  • Buizen
  • Bergbezinkvoorzieningen
  • Kolk- en huisaansluitingen
  • Leidingenstraat
  • Putten
  • Gemalen
  • Stuwputten
  • Pompputten
  • Overstortputten
  • Persleidingen/Drukriolering
  • Uitlaat
  • IBA’s/Septic-tanks
  • Nooduitlaat
  • Lamellenafscheiders

4.1 Buizen

Vormen

Het meest voorkomend is de vorm: in- en uitwendig rond. Daarnaast komen allerlei andere vormen voor.



De laatste vorm wordt ook wel tot de categorie duikers gerekend maar voorzien van een stroomprofiel is het profiel ook prima als rioleringsleiding te gebruiken.

Productie
De meeste betonbuizen worden geproduceerd volgens de zogenaamde dry-cast methode. Aardvochtig beton wordt laagsgewijs in een mal gestort. En tijdens dat vullen wordt deze betonmassa verdicht door de hoogfrequente trillers in de binnenmal. Bij de grotere diameters staat deze binnenmal staat op een “tafel” in een productiekelder maar voor de kleinere diameters hebben de productiemachines “stijgende kernen”. De binnenmal komt dan tijdens het vullen omhoog en op die manier wordt een buis gevormd. Na het persen van het spieeind wordt de verse buis direct ontkist en met een kraanrobot of heftruck vervoert naar de verhardingsruimte. Voor het begrip laat zich deze dry-cast methode het best vergelijken met het maken van zandtaartjes in de zandbak.



Daarnaast kunnen buizen gemaakt worden volgens de wet-cast methode. In dat geval wordt de (vaak zelfverdichtende) beton in de ruimte tussen binnen- en buitenmal gestort en de mallen worden pas de volgende dag verwijderd. Vooral bijzondere vormen van buizen zoals de grotere afmetingen eivorm e.d. worden op deze manier vervaardigd. Bijzondere productiemethoden zoals voorspannen laten we in dit kader buiten beschouwing omdat het in verhouding niet veel voorkomende methoden zijn.



Gewapend/ongewapend
Alleen al door de veelal ronde of eivorm van buizen zijn deze in staat om aanzienlijk grote krachten van grond- en verkeersbelasting op te vangen. Een vlakke voet zorgt nog eens extra voor een goede beddinghoek en daar mee voor het draagvlak in de bodem. Buizen met een vlakke voet worden vaak van ongewapend beton gemaakt.

Als door grote diepte de gronddruk toeneemt of door geringe dekking juist de verkeersbelasting te grote krachten op de buiswand uitoefenen en de toelaatbare buigtreksterkte wordt overschreden worden buizen voorzien van wapening. Als de wanddikte groot genoeg is om voldoende dekking aan de binnen- en buitenzijde te waarborgen wordt deze wapening uitgevoerd als een doorlopende spiraal wapening.

Wapeningskorf van een betonbuis
Wapeningskorf van een betonbuis
Bij diameters tot 1000 mm. volstaat meestal een enkel net, bij grotere diameters met voldoende wanddikte worden dubbele wapeningsnetten toegepast. De dekking op de wapening wordt verzorgd door afstandhouders op de wapeningskorven aan te brengen. De diameter van de spiraalwapening en de ‘spoed’ van de spiraal kunnen worden aangepast zodat de vereiste breuksterkte (conform NEN 7126) wordt bereikt.

Een alternatief voor traditionele wapening is staalvezelwapening. Aan het speciemengsel wordt een berekende hoeveelheid staalvezels toegevoegd die kriskras in de beton terecht komen en zorgen dat de beton wat ‘taaier’ wordt en een hogere buigtrekstrekte krijgt. Staalvezels hebben een diameter van ca. 1,5 mm en een lengte van 30 of 50 mm. Aan het uiteinde zitten ‘peddeltjes’ of haakjes om de hechting te bevorderen. Ze worden geleverd in een gegalvaniseerde of in een onbehandelde uitvoering. Hoewel staalvezelwapening bij elke diameter kan worden toegepast wordt het vooral bij de kleinere diameters veel gebruikt. De wanddikte is daarvan vaak zo klein dat er onvoldoende dekking is om de wapening te beschermen.

Verbindingen

Vroeger werden buizen voorzien van een eenvoudig “vaar- en moereind”. Dit werd zo goed als mogelijk waterdicht gemaakt (met specie of moffenkit). Tegenwoordig zijn er veel betere oplossingen en dus laten we deze verbinding verder buiten beschouwing.
Voor de moderne verbinding zijn betonbuizen voorzien van een mof en spie-eind. De werkelijke afdichting wordt verzorgd door een rubberdichting.
Veel voorkomend is de rolverbinding. Vanuit een startpositie van de ring op het spie-eind komt, tijdens het inbrengen ervan in het mofeind, de ring al rollend op de plaats terecht en zorgt zo voor een flexibele verbinding.
In toenemende mate wordt de glijdichting toegepast. Een speciaal rubber profiel wordt op het spie-eind aangebracht en met een op het werk of met een fabrieksmatig aangebracht glijmiddel kan een waterdichte montage worden uitgevoerd. Bij een ander type glijdichting wordt een rubberprofiel in de mof meegestort.



Kolk- en huisaansluitingen
Om kolken en woningen op de rioleringsbuizen aan te kunnen sluiten worden inlaten aangebracht. Inlaten zijn mogelijk in de diameters 125 of 160 mm. Afhankelijk van de fabrikant bestaan er in Nederland diverse mogelijkheden. In onderstaande afbeeldingen zijn ze weergegeven. Op de inlaten kunnen de afvoerleidingen van kolk- en huisaansluitingen rechtstreeks worden aangesloten.

Er zijn een aantal verschillende typen:



Normen, CE-markering en KOMO-keurmerk buizen

Buizen moeten voldoen aan de eisen in de Europese Norm NEN-EN 1916:2002/C2:2007 EN. Als buizen daaraan voldoen mogen fabrikanten zelf hun producten voorzien van een CE-markering. Het waarborgt echter niet dat producten dan ook voldoen aan de specifieke gebruiksomstandigheden per land. In Nederland zijn daarom extra technische eisen vastgelegd in de Nationale Complementaire Norm NEN 7126:2004 NL.Om alles onafhankelijk te kunnen garanderen is het KOMO keurmerk ingevoerd. Een onafhankelijk instituut (KIWA) controleert de productspecificaties en fabricageprocedures en dat gaat veel verder dan de CE-markering. Buizen met KOMO keurmerk voldoen niet alleen aan CE, maar ook aan het Bouwstoffenbesluit en de BRL van NEN 7126:2004 nl. Lees hier meer over dit onderwerp.



4.2 Putten
Putten hebben een belangrijke functie in een rioleringsstelsel. Via putten is een stelsel toegankelijk voor inspectie. Omdat op kruisingen diverse leidingen bij elkaar komen is ook de knooppuntfunctie van belang. In putten worden ook sprongen en hoogteverschillen opgevangen. Met hulp van een tussenschot kan een stuwput of een overstortput worden gemaakt. Door in een put een pomp te plaatsen spreken we van een pompput.

Afmetingen
Kleinste afmeting is 600x600 mm inwendig en als grote courante maat kan 2000x2000 mm worden genoemd. Maar eigenlijk is alles mogelijk. Rechthoekig of vierkant is wat meer gebruikelijk maar om een hoekverdraaiing met een grote diameter buis te kunnen maken wordt vaak een schuine wand toegepast. Eigenlijk is met beton elke vorm te maken.

In het wegdek zien we vaak alleen een putrand met deksel als teken dat er een inspectieput aanwezig is. Het verloop van de normale afmeting naar de afmeting van het mangat in de putrand vindt plaats met een kegelstuk of met een afdekplaat.

Productie
Aan de hand van de gegevens die een opdrachtgever verstrekt (rioleringstekening), worden puttenstaten of werktekeningen gemaakt. Dit is de basis voor de productie. Veelal worden hiervoor stalen mallen gebruikt. Een mal bestaat uit een binnenmal een buitenmal en sparingen om openingen in de wand te kunnen maken waar de betonbuizen later in het werk op kunnen worden aangesloten. Nadat alles is opgesteld en gecontroleerd wordt de ruimte tussen de buiten- en binnenmal gevuld met beton. Is dat aardvochtige beton dan spreken we van dry-cast productie, maar veelal wordt wet-cast geproduceerd met Zelf Verdichtend Beton (ZVB). Bij dry-cast wordt direct ontkist, bij wet-cast wordt pas ontkist nadat de beton voldoende sterkte heeft bereikt. Na controle en uitharding wordt de put vrijgegeven voor transport.

Gewapend/ongewapend
Door de druk van de omringende grond en door het verkeer worden belastingen uitgeoefend op de wanden van een put. Bij een kleine afmeting kan de beton de trekspanning opnemen en is vaak alleen een transport wapening voldoende. Bij grote afmetingen is er meestal sprake van een berekende wapening om de krachten te kunnen opvangen.

Aansluitingen
Via sparingen in de wand kunnen betonbuizen met een rubberdichting flexibel op de putten worden aangesloten. Dat is belangrijk omdat in de Nederlandse bodem de buizen een ander zettingsgedrag hebben dan de putten. Voor andere leidingmaterialen worden meestal instortmoffen aangebracht.

Normen, CE-markering en KOMO-keurmerk putten

Putten moeten voldoen aan de eisen in de Europese Norm NEN-EN 1916:2002/C2:2007 EN. Als putten daaraan voldoen mogen fabrikanten zelf hun producten voorzien van een CE-markering. Het waarborgt echter niet dat producten dan ook voldoen aan de specifieke gebruiksomstandigheden per land. In Nederland zijn daarom extra technische eisen vastgelegd in de Nationale Complementaire Norm NEN 7035:2004 NL. Om alles onafhankelijk te kunnen garanderen is het KOMO keurmerk ingevoerd. Een onafhankelijk instituut (KIWA) controleert de productspecificaties en fabricageprocedures en dat gaat veel verder dan de CE-markering. Buizen met KOMO keurmerk voldoen niet alleen aan CE, maar ook aan het Bouwstoffenbesluit en de BRL van NEN 7035:2004 NL. Lees hier meer over dit onderwerp.
De onderdelen van een rioleringsstelsel die hierna worden besproken zijn veelal bijzondere putten en qua productie en controle vergelijkbaar met de normale putten.

Koppelputten
Deze zijn nodig om een “kortsluiting met terugslagklep” te kunnen maken tussen de afvoerleidingen van het hemelwater en het huishoudelijk afvalwater in een verbeterd gescheiden stelsel.



Stuwputten
Om bij sterk hellende terreinen het water onder een wat minder groot “verhang” te laten plaatsvinden kan gebruik worden gemaakt van stuwputten. Het af te voeren debiet wordt tegen gehouden door een tussenwand die al of niet voorzien is van een kleine opening.

Stuwput

Overstortputten/nooduitlaten
Een overstortput of nooduitlaat treedt in werking als een gemengd rioleringsstelsel wordt gevuld en de aangeboden hoeveelheid afvalwater niet meer kan worden verwerkt. Om vervuiling van het oppervlakte water te voorkomen wil de overheid mogelijk van de bestaande nooduitlaten saneren.



Uitlaatputten
Uitlaatputten zijn voorzieningen om het hemelwater te lozen op het oppervlaktewater. De constructie is vergelijkbaar met een nooduitlaat maar in de wand is veelal een terugslagklep opgenomen om te voorkomen dat oppervlaktewater het systeem binnenstroomt als gevolg van een hoge waterstand.

Bergbezinkvoorzieningen
Een bergbezinkvoorziening is een verbetering van een gemengd stelsel. Tijdens een kritieke regenbui wordt het water via een interne overstort afgeleid naar de voorziening. Het vuil kan in het praktisch stilstaande water bezinken naar de bodem van de voorziening. Na de bui stroomt het water uit de voorziening via een terugslagklep naar het riool en neemt daarbij zoveel mogelijk van het afgezette vuil mee.

Als de voorziening als rechthoekige bak is uitgevoerd spreken we van een Bergbezinkbassin. Om het water zoveel mogelijk te remmen wordt gebruik gemaakt van overstort en diffusiewanden.

Het is ook heel goed mogelijk om een voorziening te maken met grote diameters rioolbuizen. We spreken dan van een Bergbezinkriool. Een bijzondere uitvoering van een bergbezinkriool is het Parallelbergbezinkriool waarbij het relatief schone bovenwater in een afvalwaterstroom door horizontale schotten in de putten wordt gescheiden van de vuilere onderstroom.

Leidingenstraat
Om de ondergrondse ruimte zoveel mogelijk te optimaliseren kan in stedelijke gebieden een leidingenstraat worden aangelegd. Naast kabels en andere nutsvoorzieningen kan de riolering hierin worden aangebracht. Een leidingenstraat wordt vaak gemaakt van prefab betonkokers.

Gemalen/pompputten
In Nederland wordt de riolering meestal als vrij-verval-systeem uitgevoerd. Wanneer het te diep onder het maaiveld dreigt te komen pompt een gemaal het weer naar een hoger niveau. Een pompgemaal wordt veelal in een pompput opgesteld. Bovenwater spreekt men van een “droge opstelling”, onder water wordt het een “natte pompopstelling” genoemd.

Drukriolering/Persleidingen
Als door de omstandigheden van het terrein of door de aard van de bebouwing de riolering niet als “vrijverval” kan worden uitgevoerd wordt drukriolering toegepast. Elk perceel krijgt een pompput waarin het huishoudelijk afvalwater wordt opgevangen. Via een gezamenlijke persleiding wordt het naar een “lozingspunt” in een “ontvangput” geperst. Van daaruit stroomt het dan onder vrij-verval verder richting AWZI. Een ontvangput is een punt van aandacht voor aantasting omdat door het stilstaande water in een persleiding vaak H2S gas ontstaat en daarmee de basis voor het zuur H2SO4.

IBA’s/Septic-tanks
Als ook een drukriolering economisch onhaalbaar is kunnen individuele installaties worden aangebracht. Een IBA (Individuele Behandelinstallatie voor Afvalwater) is net als een Septic tank een mini zuivering. Het gevaar bestaat dat als de installaties niet goed werken er puntvervuilingen ontstaan die voor de overheid niet goed beheersbaar en controleerbaar zijn.




Lamellenafscheiders

Om zoveel mogelijk vervuiling van het oppervlaktewater te voorkomen kan een lamellenafscheider worden toegepast. Door de speciale vorm en lage stroomsnelheid klonteren de onopgeloste deeltjes samen. Een deel van deze deeltjes zinkt en wordt afgezet op de bodem van de put. Een ander deelt klontert samen en drijft daardoor op.

Door toepassing van een lamellenafscheider aan het einde van een systeem, heeft het water uit een uitlaat of overstort aanzienlijk minder zwevende deeltjes bevat en het oppervlaktewater minder wordt belast. Een lamellenafscheider kan daarnaast ook aan het begin van een systeem worden gebruikt. Door de afscheider bijvoorbeeld aan het begin van een infiltratieriool te plaatsen, verbetert dit de werking van dit riool en zal uiteindelijk de levensduur worden verlengd.

Lamellenafscheider

Over VPB



De Vereniging van Producenten van Betonleidingsystemen (VPB) richt zich specifiek op twee kernactiviteiten: onderzoek en kennisoverdracht. Onderzoek vindt onder andere plaats op het gebied van fysica, techniek en milieu. Kennisoverdracht vindt plaats via handboeken, publicaties, onderwijsmodules en publieke media. VPB leden

Verklaring van de pictogrammen:


Nieuws
Feiten
Publicaties
Media
Sterk
Innovatie
Duurzaam
Renovatie
Project

Direct naar

De meest gebruikte pagina’s: