• Riolering van beton. Sterk, innovatief en bewezen duurzaam

Deel 8: Duurzaamheid


1. Betonnen riolering: duurzaam én milieuvriendelijk

1.1 Inleiding

Vanuit milieutechnisch oogpunt kan op een aantal manieren naar een rioleringssysteem worden gekeken. Voor de producten zijn grondstoffen en energie nodig. En ook onderhoud, hergebruik, recycling en het uiteindelijke afval, belasten ons milieu op de een of andere manier. De mate waarin kan worden vastgesteld aan de hand van een levenscyclusanalyse.
Ook het toepassen van een product heeft milieutechnische aspecten. Immers het systeem zorgt ervoor dat ons afvalwater veilig wordt vervoerd. Op die manier kunnen epidemieën worden voorkomen, maar ook dat afvalstoffen in de bodem of in het oppervlaktewater terecht komen.

1.2 Duurzaamheid
Het begrip duurzaamheid verwijst allereerst naar de levensduur, de tijdsduur die men onder normale omstandigheden van het gebruik van een product, in dit geval een rioleringssysteem verwacht. Dat beton op zich bekend staat als een duurzaam materiaal heeft de geschiedenis bewezen en behoeft geen betoog.
Daarnaast wordt duurzaamheid als begrip ook gebruikt om de ecologische, economische en sociale belangen te verenigen. Bij een duurzame ontwikkeling van rioleringssystemen is het de eis om een evenwicht tussen deze drie basisconcepten te vinden. Grondstof- energiegebruik en milieubelasting dienen zoveel mogelijk in evenwicht te zijn met de draagkracht van de aarde. Alleen op die manier kan een toekomstige generatie in dezelfde behoefte voorzien als de huidige.

In dit deel wordt in het bijzonder de ecologische component van duurzaamheid beschreven. Het duurzaam realiseren van rioleringssystemen staat in deze voor het ontwerpen, produceren, aanleggen en beheren van deze systemen met respect voor mens en milieu.



1.3 Milieu
Het begrip milieu betekent in de breedste zin van het woord de omgeving waarin iemand of iets leeft. Daarmee verwijst het begrip naar het natuurlijk (ecologische) milieu, maar ook naar bijvoorbeeld de sociale omgeving. Menselijk handelen leidt tot verontreiniging van het ecologische milieu. Omdat het milieu een collectief goed is, ziet de overheid het als taak om dit milieu te beschermen.



1.4 Milieubeleid

De overheidstaak om het milieu te beschermen is vertaald in milieubeleid. In deze paragraaf wordt een aantal kenmerkende milieuwetten van de afgelopen decennia besproken. Daarmee wordt zeker geen volledigheid gepretendeerd. Het dient slechts ter afspiegeling van de verschuiving in accenten binnen het milieubeleid in de afgelopen decennia.

1.5 Historisch overzicht wet- en regelgeving afvalwater:

  • Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren
  • Wet Bodembescherming
  • Bouwstoffenbesluit
  • Besluit Bodemkwaliteit
  • Nederlandse Richtlijnen Bodembescherming
  • Ontwerpcriteria voor bedrijfsrioleringen
  • Wet Milieubeheer

1.6 Huidige wet- en regelgeving afvalwater:

Europees

  • Richtlijn behandeling stedelijk afvalwater
  • Kaderrichtlijn Water

Nationaal

  • Integrale aanpak
  • Wet Gemeentelijke Watertaken
  • Waterwet(2009)

1.7 Slotopmerking
De overheid heeft heel wat regelgeving over afvalwater opgesteld met betrekking tot het milieu. We merken nog eens op, dat het in dit deel niet gaat om een volledige en uitputtende opsomming van alle wetgeving op dit gebied. Het dient slechts ter ondersteuning van de beeldvorming.

2. Betonnen riolering - Milieuvriendelijk transportsysteem
De vraag is nu wat de rol is van betonnen riolering in relatie tot begrippen als duurzaamheid en milieu.

Een vuilwaterstelsel beschermt het milieu door het huishoudelijk en bedrijfsafvalwater naar de zuiveringsinstallatie te vervoeren. Het moet om die reden afdoende vloeistofdicht zijn om te voorkomen dat de bodem of het oppervlaktewater wordt vervuild.

Hemelwaterstelsels voeren het overtollige water af naar oppervlaktewater. Steeds vaker wordt een dergelijk stelsel uitgevoerd als infiltratievoorziening. Waterdoorlatende buizen zorgen dat het water ten goede komt aan het grondwater op de plaats waar het valt en leveren op die manier een bijdrage aan het milieu.

2.1 Infiltratie-exfiltratie
Het gebruik van het woord infiltratie roept binnen de rioleringswereld veel misverstanden op. Regenwater kan infiltreren in de bodem, maar omgekeerd kan grondwater ook een rioolstelsel binnendringen en wordt dat ook infiltratie genoemd. Als afvalwater de bodem indringt is er volgens sommige rapporten sprake van exfiltratie. In beide laatste gevallen is er naar de mening van de VPB sprake van lekkage. En ons voorstel is het om dat voortaan dan ook zo te benoemen. Als doelbewust water aan de bodem wordt toegevoegd noemen we die langzame indringing (Van Dale): infiltratie. Onbewuste of ongewenste indringing naar binnen of naar buiten een stelsel noemen we lekkage. Afvalwater dat naar buiten lekt veroorzaakt vervuiling van bodem en grondwater. Grondwater dat naar binnen lekt zorgt voor zogenaamd rioolvreemd water.

2.2 Rioolvreemd water
De hoeveelheid afvalwater die naar de Afvalwater Zuiveringsinrichting (AWZI) wordt afgevoerd op een dag dat het niet regent wordt de Droogweer Afvoer (DWA) genoemd. Tot voor kort was niet bekend hoeveel procent van deze afvalstroom bestaat uit water dat er niet in thuis hoort. Met Rioolvreemd water wordt water bedoeld afkomstig van lekkages, bronneringen en drainage. En zelfs oppervlaktewater kan vaak via de overstortconstructies en slecht sluitende terugslagkleppen het systeem binnendringen.

Over de omvang van dit rioolvreemde water is maar weinig bekend. Soms blijkt pas na renovatie hoe groot de omvang van deze lekkages zijn geweest als naderhand in kelders en fundaties overlast door grondwater ontstaat.
STOWA heeft in 2003 en 2005, samen met RIONED, uitgebreide onderzoeken laten doen naar dit ongewenste fenomeen en getracht het te kwantificeren. Te weinig aandacht voor riolering en beschikbare middelen voor onderhoud in het verleden zijn er de oorzaak van geweest dat lekkages dit rioolvreemde water hebben veroorzaakt.

2.3 Bergingsfunctie
Naast de transportfunctie heeft riolering vaak ook een bergingsfunctie. Vroeger werd de overlast van het regenwater opgelost door het “verdund” afvalwater te lozen op het oppervlaktewater. Omdat dat slecht is voor het milieu worden alle verdachte overstorten gesaneerd en berging in de bestaande systemen gecreëerd. Dat kan door toepassing van grotere buisdiameters en ook door bergbezinkbassins. De grote hoeveelheid afvalwater wordt hierin opgevangen en gedoseerd teruggeleid in het systeem als de regenbui voorbij is.

2.4 Individuele systemen
Daar waar openbare riolering te kostbaar is, kunnen individuele systemen worden aangelegd. Bij drukriolering wordt een perceel met een pomp op een drukleiding aangesloten. In het uiterste geval kan een Individueel Behandelsysteem voor Afvalwater (IBA) voor een gemeente de oplossing bieden om aan de zorgplicht om het afvalwater in te zamelen, te voldoen.

3. Betonnen riolering - Duurzaam product - Levenscyclusanalyse
Duurzaam betekent sterk, stevig, langdurig te gebruiken. Voor betonbuizen en -putten zijn daarvoor internationale normen opgesteld. Dit aspect wordt nader besproken in het hoofdstuk: Het Materiaal Beton.
Maar onder duurzaamheid wordt ook verstaan in welke mate ons (leef)milieu wordt belast door een bepaald product toe te passen. Niet alleen de productiefase is belangrijk, ook het gebruik, onderhoud, oneindig aantal malen hergebruik, recyclen en het uiteindelijke afval belasten onze leefomgeving. Van al deze processen worden gegevens over energie, grondstoffen, emissies naar bodem, water en lucht geregistreerd en op die manier ontstaat door deze levenscyclusanalyse (LCA), van een product een milieuprofiel.



3.1 Levenscyclusanalyse
Het doel van een levenscyclusanalyse (LCA) is het kwalificeren van de belasting van het milieu door bouwmaterialen. Onmiddellijk nadat het ministerie van VROM de (LCA) introduceerde hebben de betonfabrikanten de LCA van beton laten vaststellen en vergeleken met alternatieve materialen als: PVC, gres en gietijzer. De LCA is ontwikkeld door het Centrum van Milieukunde van de Rijksuniversiteit Leiden (CML) in opdracht van het ministerie van volkshuisvesting.

De levenscyclus van betonnen riolering bestaat uit de volgende fasen:

  • Grondstoffenwinning
  • Productiefase
  • Constructiefase
  • Gebruiksfase
  • Onderhoudsfase
  • Afdankfase
  • Recycling

In deze fasen wordt ook het transport beschouwd. Energieopwekking is toegekend aan de fase in de levenscyclus waar de energie wordt gebruikt. Voor de productie van buizen en putten is het fabricage proces geschematiseerd in:

(Hier moet nog een beter plaatje met kleur.)
Het LCA-onderzoek vergelijkt de eerder genoemde materialen voor: 1 kilometer buitenriolering van een gemengd stelsel en vrij-vervalsysteem, gelegen in een woonwijk in een niet zettingsgevoelig gebied, dat hemelwater en communaal water verzamelt en door de woonwijk transporteert richting het hoofdriool, waarbij de buizen een inwendige diameter hebben van 300 mm. De ontwerp levensduur van het systeem is 40 jaar.

Door deze gelijkwaardige uitgangspunten te kiezen kunnen de materialen worden vergeleken (een milieuprofiel) op een aantal milieueffecten, te weten:

  • Uitputting abiotische grondstoffen
  • Uitputting biotische grondstoffen
  • Ozonlaagaantasting
  • Broeikaseffect
  • Humane toxiciteit
  • Eco toxiciteit
  • Fotochemische oxidantvorming
  • Verzuring
  • Vermesting
  • Afvalwarmte
  • Stank
  • Slachtoffers
  • Landschapsaantasting

De milieumaten zijn als volgt te groeperen:

  • Energie
  • Grondstoffen
  • Afval (gewoon en gevaarlijk)
  • Emissies

Al in 1995 heeft Intron het milieuprofiel van betonbuizen vastgesteld. Het resultaat van het onderzoek is vertaald in onderstaande staafdiagrammen:
(Hier moet nog een betere prent, met verklaring van de kleuren)

Hieruit valt af te leiden dat beton véruit het meest milieuvriendelijke materiaal te zijn als het gaat om riolen.

3.2 Van LCA naar Twin
Naast de eerder genoemde milieueffecten uit de levenscyclusanalyse heeft Nibe uit Naarden een aantal extra karakteristieken toegevoegd die van belang zijn voor de gezondheid van de mens. Dit Twin-model 2002 is de basis voor de bepaling of een product voldoet aan het Dubokeur. In 2007 zijn door Nibe diverse materialen qua milieuprofiel met elkaar vergeleken. Het gevolg daarvan is geweest dat betonbuizen diameter 300 het predikaat Dubokeur hebben gekregen en daarmee tot de best duurzame producten van hun groep mogen worden gerekend om voor rioleringen te worden toegepast.

Voor uitgebreide informatie over het TWIN2002-model: http://www.nibe.info/html-nl/methodisch.htm#

DUBOkeur©
Milieu is momenteel ‘hot’. Daarom hier een korte toelichting waarom betonnen buitenriolering met een diameter van 300 mm het DUBOkeur© van het Nederlands Instituut voor Bouwbiologie en Ecologie (NIBE) heeft gekregen.

Producten komen voor het DUBOkeur© in aanmerking wanneer zij tot de beste van hun groep behoren. Het NIBE doet vergelijkend onderzoek naar bouwproducten op het gebied van milieu. Daarbij worden in principe alle mogelijke alternatieven voor dat product naast elkaar gezet en in hun toepassing vergeleken.

Voorwaarde om voor het DUBOkeur© in aanmerking te komen is dat de producten aan milieuklasse 1 of 2 (resp. beste en goede dubokeuze) moeten voldoen van de in totaal zeven milieuklassen. Komen echter in een beoordeling alleen klasse 1 of 2 producten voor, dan komen alleen de producten met milieuklasse 1 in aanmerking. Vallen alle producten in milieuklasse 1, dan komt alleen milieuklasse 1a (de milieureferentie) voor het DUBOkeur® in aanmerking. De milieuklasse wordt op basis van een milieubeoordeling volgens het TWIN2002-model vastgesteld.



Hierboven is de indeling in milieuklasses te zien. Opvallend daarbij is dat het verschil tussen de klasse met de geringste milieubelasting, klasse 1a en de hoogste milieubelasting, klasse 7c, een factor 50 verschil in de milieubelasting zit. En er bestaat altijd een klasse 1, omdat het beste product altijd in klasse 1a valt en daar worden de andere producten mee vergeleken.

Beoordeling buitenriolering
Voor de buitenriolering zijn de volgende producten beoordeeld:

  • Ongewapende betonbuizen met kraag
  • Gres kraagbuis met K-dichting
  • PVC volwandige rioleringsbuis, klasse 34
  • PVC drielagen rioleringsbuis (recycled materiaal), klasse 34
  • Polypropeen dubbelwandige buis met aangevormde mof, klasse 34

Het resultaat daarvan ziet er als volgt uit:

De verschillende materialen zijn naar aanleiding daarvan ingedeeld in de verschillende klassen:

Milieuklasse Naam

  • 1a PP
  • 1b Beton (ongewapend)
  • 1c Grees
  • 2b PVC (3-lagen buis - deel recycled)
  • 2b PVC (volwandig)

De betonnen buitenriolering voldoet met milieuklasse 1b aan de criteria voor DUBOkeur©.

4. Milieubeleid en de bedrijfstak
De inhoud van dit deel wekt de suggestie dat het milieubeleid slechts een verantwoordelijkheid is van de overheid. Niets is minder waar!

De bedrijfstak speelt vaak een grote rol bij het vaststellen van de haalbaarheid en handhaafbaarheid van de wetgeving. De bedrijfstak ontwikkelt zelf ook regels al dan niet in samenwerking met derden.

Milieubeleid is dus tweerichtingsverkeer. De betonleidingsindustrie heeft op vrijwillige basis geparticipeerd in het project van: VROM, EZ, Interprovinciaal overleg , Betonmortel- en de Betonproductenindustrie, getiteld Milieubeleidsadvies (MBA). Dat heeft geresulteerd in het Werkboek Milieumaatregelen betonmortel en betonproductenindustrie.

Daarnaast is de bedrijfstak ook voortdurend innovatief bezig, als we kijken naar de ontwikkeling van diverse typen van betonleidingsystemen, bergbezinkbassins, IBA’s, infiltratieriolen etc. Deze toepassingen dragen bij aan het realiseren van een beter (leef)milieu.

De overheid zorgt door wet- en regelgeving op dat gebied voor handhaving of verbetering van ons leefmilieu, en dus voor onze gezondheid, nu en in de toekomst. De branche erkent zelf ook haar verantwoordelijkheid in deze en neemt intiatieven om een bijdrage te kunnen leveren aan een beter leefmilieu.

Over VPB

De Vereniging van Producenten van Betonleidingsystemen (VPB) richt zich specifiek op twee kernactiviteiten: onderzoek en kennisoverdracht. Onderzoek vindt onder andere plaats op het gebied van fysica, techniek en milieu. Kennisoverdracht vindt plaats via handboeken, publicaties, onderwijsmodules en publieke media. VPB leden

Direct naar

De meest gebruikte pagina’s: