Voer hieronder uw zoekterm in en zoek op deze site.
Meld uzelf aan voor de nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws.
“De discussie over de duurzaamheid van materialen voor rioleringen is minder zinvol dan veelal wordt aangenomen.” Aldus Jan Hartemink, Witteveen+Bos en voorzitter van het Expernetwerk Riolering van NL Ingenieurs. “Als het gaat om ‘duurzame riolering’ zijn er twee zeer belangrijkere aandachtspunten.
Zorgvuldige aanleg en goede werking
Het eerste aspect is de zorgvuldige aanleg. Het riool wordt in Nederland bijna altijd vervangen omdat het riool is verzakt en niet omdat het materiaal is aangetast. De materiaalkeuze speelt wél een rol op cruciale plekken in het systeem, zoals bij bedrijventerreinen, zinkers, etcetera.” Het tweede aspect dat Hartemink wil benadrukken is de werking van het systeem. “Ontwerpers moeten goed na blijven denken over de werking van het systeem. Hoe ga ik bijvoorbeeld om met hemelwater en afkoppeling? Maar ook de capaciteit van het systeem moet aandacht krijgen. We weten de ontwikkelingen
in de toekomst niet. Heeft bijvoorbeeld een toekomstige herinrichting invloed op het systeem?” Hartemink vindt het creëren van overcapaciteit in systemen een verstandige keuze voor de toekomst. “Toen we nog met de rekenschuif werkten, hadden we een veiligheidsfactor van 1,7. Op die manier kwam je niet meteen in de problemen.”
DUBOkeur
Producenten van betonnen riolering investeren in de duurzaamheid van het materiaal. Dat de VPB-leden beschikken over het DUBOkeur vindt Hartemink dan ook een zeer goede zaak. “Het is goed dat de producenten bezig zijn met zaken als energie- en grondstofverbruik. Als de energie voor de productie volledig afkomstig zou zijn van windmolens dan zou dat prachtig zijn, maar het maakt de rioolbuis nog niet duurzaam! Daarvoor zijn de eerder genoemde
punten echt een orde belangrijker.”
Beheer
Hartemink geeft aan dat de branche momenteel teveel is ‘gefocust’ op een aantal populaire onderwerpen. “Maar als het gaat om duurzaamheid moeten we veel meer kijken naar het totaalplaatje. Zijn de zaken die we nu bedenken over 50 jaar nog wel te beheren? Anno 2010 hebben de beheerders het al moeilijk. Laten we de zaken niet te complex maken, anders schieten we ons doel voorbij.” Als het gaat om beheer kunnen de producenten meedenken over de vraag: “wanneer moet een riool worden vervangen?”, aldus Hartemink. “Momenteel beoordelen we dit nog op basis van een lijst van 35 aspecten. Nu gaan we riolering vervangen, terwijl die wellicht nog 10 jaar mee zou kunnen. De restlevensduur is wat betreft nog teveel een onbekend terrein. Slijtage is geen lineair proces, maar veel meer afhankelijk van de samenstelling van het afvalwater. De inspectietechnieken richten zich teveel op de kwaliteit van de leiding. Kwaliteit zou veel meer gerelateerd moeten worden aan de omgeving, grondwater en afstroming. Misschien kan beton dus nog wel veel langer mee.”
Intermediair
Het is goed dat de VPB-leden nadenken over duurzaamheid in de productiefase. Maar dat moet wat Hartemink betreft veel meer worden gekoppeld aan de gebruiksfase. Misschien moet NL Ingenieurs als intermediair harder optreden. “Als het gaat om ‘asset management’ moeten we materiaalgebruik en beheer van de materialen meer de agenda van de opdrachtgevers krijgen.”
De Vereniging van Producenten van Betonleidingsystemen (VPB) richt zich specifiek op twee kernactiviteiten: onderzoek en kennisoverdracht. Onderzoek vindt onder andere plaats op het gebied van fysica, techniek en milieu. Kennisoverdracht vindt plaats via handboeken, publicaties, onderwijsmodules en publieke media. VPB leden
De meest gebruikte pagina’s:
Doelmatig waterbeheer
Ga naar itemNIEUW: LCA rapport
Ga naar itemAlles over duurzame riolering
Ga naar itemHandboek Rioleringstechniek
Ga naar item